hier is Tinus!

Zo lief had God de wereld dat Hij zijn Eniggeboren Zoon gegeven heeft  opdat ieder die in Hem gelooft niet verloren gaat maar eeuwig leven heeft.  Johannes 3:16

Bezoekers nu

Bezoekers totaal

zaten


Home Wie ben ik Onoverzichtelijke bocht Zijn Naam Cursief Eerste hulp Maarten In vogelvlucht Links Contact

28 Wat Ik doe weet je nu niet, maar je zult het later verstaan


 God is goed

Wanneer men bij Flensburg de Duits Deense grens oversteekt dan is er een kilometer of vijf verder een Q8 benzinestation met een prachtige parkeerplaats met voorzieningen voor caravans en campers. Je kunt er toiletten ledigen en vers drinkwater innemen. Wanneer je die parkeerplaats oversteekt kom je in een klein maar heel mooi stukje natuur waar je ook mag parkeren, waar je mag barbecueën en waar je ook mag overnachten. Fija en ik waren via de A2 en de A7 naar de Deense grens gereden. Het was juni, erg mooi weer en dus genoten we van de reis. En nu stonden we op deze prachtige plaats. Na het eten en de afwas wandelden we hand in hand over de paden tussen de bomen en de struiken en langs de oever van een klein meertje. We waren dankbaar voor alles wat God ons gaf. En zo, al pratend kwamen we aan het einde van het pad bij een grote ronde ruimte, die ervoor bestemd was om gemakkelijk met een auto met caravan te keren. Daar stonden we uit te kijken over de velden rondom ons en genoten van de bijna hoorbare stilte. Als vanzelf sloegen we onze armen om elkaar en vergaten alles wat om ons heen was, we waren er alleen voor elkaar. De wereld was er even helemaal alleen voor ons tweeën. Te midden van een innige omhelzing riep diezelfde wereld ons weer terug tot de werkelijkheid door het geluid van een claxon. Iemand in een auto met caravan wilde keren en wij stonden in de weg. We landden weer op aarde en gingen aan de kant van het pad staan zodat de auto door kon rijden. Het paar van middelbare leeftijd in de auto zwaaide lachend naar ons.

”Zullen we ooit wijzer worden?", lachte Fija.

”Nee, lieverd, dat kun je vergeten; dit gaat nooit over want wij blijven altijd verliefd.”


 Ik doe mijn werk nu alleen. Ik mis haar nog elke dag. Het alleen zijn is en blijft heel erg moeilijk. Met vallen en opstaan heeft de Heer mij Weer aan het werk gezet. Ondanks de nabijheid van de Heer kan de eenzaamheid me soms zo vreselijk benauwen. Vandaag is het ongeveer vier jaar nadat Fija en ik samen op deze plaats waren. Ik ben via de Al, de A2 en de A7 in noordelijke richting gereden. Op het dashboard staat het pluchen hondje dat ik op mijn laatste verjaardag die we nog samen vierden van haar heb gekregen. Ernaast zit het beertje dat ik haar in Mexico gaf. Hij houdt het hartje nog steeds vast en de woorden: 'I love you' zijn nog duidelijk leesbaar. Het regende veel tijdens de reis en dat maakte me triest. Nu ben ik weer terug op deze plaats en wandel ik over hetzelfde pad als toen. Ik zie ons samen weer staan en als ik mijn ogen sluit is het bijna alsof ik haar armen weer om mijn hals voel, Ik zie haar donkerbruine ogen weer lachend naar me opkijken. Ik kijk weer over het pad en zie de plaatsen waar onze voeten samen hebben gelopen en de bomen die getuige waren van onze liefde voor elkaar. Tranen van verdriet komen weer opzetten en ik zeg heel zachtjes voor me heen:

”Zeg bomen, jullie hebben gezien hoe gelukkig we waren, Wat is het jammer dat jullie niet klunnen praten en het me niet kunnen vertellen want ik hoor het zo graag".

Ik loop langzaam het bospad uit en het is alsof ik haar voetsporen onder mijn voeten voel. Zo'n bijna voelbare eenheid met het verleden doet de tranen stromen en doet me de pijn voelen. Nog steeds, na al die jaren. Maar het schenkt me ook die zoete vrede dat alles toch goed is. En ik bedenk dat, als de Heer mij de keuze had gelaten, dan zou dat wat ik nu in gedachten zie en wat ik voel, nog steeds werkelijkheid zijn en zou ze nu nog dicht naast me gaan. Natuurlijk heb ik haar liever nog bij me. Toch is het goed dat ik niet de keuze had. Uit egoïsme had ik voor haar het ’mindere’ gekozen. lk zeg het met schroom, maar ik heb zoveel dierbare herinneringen, ook juist aan die laatste periode van haar leven, dat ik niet weet of ik die eigenlijk wel had willen missen, Zij is mij en veel anderen tot zoveel zegen geweest en de Heer werd Zó verheerlijkt tijdens haar ziekbed. Ik vertrouw er dan ook op dat Hij stap voor stap met mij blijft gaan. Ik moet ook maar één dag tegelijk leven totdat ook ik, net als Fija, de asfaltweg eens zal mogen inruilen voor de straten van goud. Ik reken erop dat de Heer Jezus spoedig zal komen, maar mocht ik Worden opgeroepen voordat de Heer Jezus terugkomt en ik door het dal van de schaduw van de dood moet gaan, dan heb ik maar één verlangen: dat  Christus zal warden grootgemaakt in mijn lichaam hetzij door het leven hetzij door de dood. Want het leven is mij Christus en het sterven gewin. ( Filippenzen 1: 20-21)    

Ik bid dan ook dat ik in die moeilijkste periode van mijn leven, net als Fija, een getuigenis mag zijn van Gods liefde en genade. Totdat we Thuis zijn, blijven veel dingen voor ons oog verborgen en lijkt het leven vaak een mysterie, maar straks zal de lucht helemaal opklaren en zullen we zien waar al die pijn en die moeite in het plan van God pasten. Dan wordt de troost volmaakt, want Hij zal alle tranen afwissen.

 Hij gaat zijn weg verder, ook met mij.   Ik mag aanvaarden dat ik die weg niet altijd zal begrijpen. Gelukkig heeft de Heer me geleerd dat ik met vragen kan leven. Het antwoord komt later. En ik zie met belangstelling uit naar alles waarheen en waarin Hij me in de toekomst zal leiden.


Wat de toekomst brengen moge; mij geleidt des Heren hand;

moedig sla ik dus de ogen naar het onbekende land.

Leer mij volgen zonder vragen; Vader wat U doet is goedl

Leer mij slechts het heden dragen met een rustig, kalme moed.


Heer ik wil uw liefde loven, al begrijpt mijn ziel u niet.

Zalig hij, die durft geloven ook wanneer het oog niet ziet.

Schijnen 'mij uw wegen duister; zie, dan vraag ik soms: waarom?

Maar straks zie ik al uw luister als ik in uw hemel kom.

(Johannes de Heer lied 880, enigszins bewerkt. )


Soms Wordt gezegd dat een Christen niet zou mogen vragen ”waarom" maar “waartoe”. Ik vind dat vroom gepraat dat niet overeenkomt met de werkelijkheid van de Schrift. Onze Heiland vroeg zijn Vader ”Waarom”, terwijl Hij het antwoord wist want Hij had gezegd: “Hier ben ik om Uw wil te doen o God”. Toch schreeuwde Hij die vraag uit! Ik heb het de Heer vaak gevraagd, ik kreeg geen antwoord, maar het uitspreken van deze vraag, wetende dat mijn hemelse Vader mij hoorde, gaf mij zoveel troost en zoveel vrede. Ik hoefde geen antwoord te hebben en er was geen opstandigheid. Alleen een verlangen om mijn verdriet en het gemis bij Hem neer te leggen in het ”waarom”. Geen antwoord, en toch een antwoord. ”Waarom”, is een hele goede Bijbelse vraag, wanneer deze niet in boosheid of opstandigheid wordt gesteld.