hier is Tinus!

Zo lief had God de wereld dat Hij zijn Eniggeboren Zoon gegeven heeft  opdat ieder die in Hem gelooft niet verloren gaat maar eeuwig leven heeft.  Johannes 3:16

Bezoekers nu

Bezoekers totaal

zaten


Home Wie ben ik Onoverzichtelijke bocht Zijn Naam Cursief Eerste hulp Maarten In vogelvlucht Links Contact

XIII  JHWH SHAMMA

En de naam der stad, zal voortaan zijn: De HERE is aldaar. Ezechiël 48:35

Deze naam, is de laatste openbaring van een nieuwe Naam van de HERE in het Oude Testament. Later komt de grootste openbaring, in het Nieuwe Testament. Deze openbaring is groter dan alle voorgaande. Dan komt de Immanuël, de God met ons, de Heer Jezus. Hij is de Enige die in staat was om ons de Vader te verklaren. Maar deze laatste, in het Oude Testament, geopenbaarde Naam, wijst heen naar de toekomstige situatie. Naar de tijd die spoedig zal komen en wanneer God zal wonen tussen de mensen. Met het zondeprobleem zal dan voorgoed zijn af­gerekend.

De HERE woonde al tussen Zijn volk tijdens het oude verbond. Op verschillende plaatsen kunnen we daarover lezen.

En de HERE riep Mozes en sprak met hem vanuit de tent der samenkomst. Lev. 1:1

... daarop vergaderde [Mozes] zeventig mannen uit de oudsten van het volk en stelde hen rondom de tent. Toen daalde de HERE in een wolk neder en sprak tot hem. En Hij nam een deel van de Geest die op hem was en legde die op de zeventig mannen, op de oudsten. Num. 11:24-25

Toch was de toegang tot God in die tijd tamelijk beperkt. De Hogepriester mocht maar éénmaal per jaar het heilige der heilige betreden. Hij moest dan komen met het bloed van het offer dat op Yom Kippoer, de Grote Verzoendag, werd gebracht. Zou hij uit nieuwsgierigheid zomaar eens naar binnen zijn gegaan, of even achter het gordijn hebben gekeken, dan zou hij ogenblikkelijk gedood zijn.

De situatie onder het oude verbond was een (zwakke) illustratie van wat er straks gaat komen als de Heer Jezus op aarde zal wonen, gedurende het Vrederijk. Maar het wijst ook verder. Namelijk naar de tijd dat God zal zijn 'Alles en in allen'. Na het Vrederijk zal de eeuwigheid weer ingaan. Wij leven nu in de tijd, dat is de periode die tussen twee eeuwigheden in ligt. Deze 'tijd' begon na de zondeval en zal eindigen aan het einde van het Vrederijk. Dan zal God Zelf bij de mensen wonen.

… al wat leeft zal komen om zich voor mijn aangezicht neer te buigen, zegt de HERE. Jes. 66:23

Ook Johannes spreekt ook over die toekomstige tijd, dat God zelf bij de mensen zal wonen.

En ik zag de heilige stad, het nieuwe Jeruzalem, uit de hemel neerdalende  van God, gereed als een bruid, die voor haar man versierd is. En ik hoorde een luide stem vanuit de troon zeggen: Zie de tabernakel van God is bij de mensen, en Hij zal bij hen wonen, en zij zullen Zijn volk zijn, en God Zelf zal bij hen zijn, hun God. Openb. 21:2-3

Dan zal de, sinds de zondeval bestaande en voor de mens onoverbrugbare kloof die veroorzaakt werd door de zonde, definitief tot het verleden behoren. God Zelf nam het initiatief om deze kloof op te heffen door het zenden van de Heer Jezus. En op grond van Zijn volbrachte werk, is nu al, voor iedereen die in geloof tot de Heer Jezus is gekomen, de Heer aanwezig. Hij is er!

Hij is en Hij komt.

De Heer Jezus is aldaar! De Heer Jezus vestigt er steeds weer de aandacht op dat de Zijnen niet aan hun lot zijn overgelaten; maar dat zij zich elke dag mogen verheugen in Zijn aanwezigheid. Hij nodigt ook steeds weer uit om dicht bij Hem te leven en Hem bij voortduring te zoeken in het gebed. Hij is niet een God, die ver van de Zijnen af staat! Hij is maar ‘een gebed’ van ons verwijderd.

Laten wij dus met vrijmoedigheid naderen tot de troon der genade, opdat wij barmhartigheid ontvangen en genade vinden, tot hulp op de juiste tijd. Hebr. 4:16

Maar niet alleen in bijzondere tijden wanneer we zijn hulp extra nodig hebben is Hij er! Nee, zijn aanwezigheid is gegarandeerd, overal waar gelovigen bij elkaar komen.

Want waar twee of drie vergaderd zijn in Mijn Naam, daar ben Ik in het midden van hen. Mattheüs 18:20

Overal waar mensen samenkomen om de Heer te aanbidden, te eren, te loven en te prijzen, en te gehoorzamen is Hij in het midden van de vergader­den aanwezig. Hoewel hier niet specifiek wordt gesproken over de viering van de Tafel des Heren, is er toch een bijzondere zegen gelegen in de gehoorzaamheid aan Zijn opdracht tot het samenkomen rondom Zijn tafel. Het is het verlangen van Zijn hart, dat de Zij­nen dit 'dikwijls' doen. Straks zal de HERE wonen bij de mensen, maar wat een duizeling­wekkende waarheid is nu al het deel van de gelovigen:

Want Hijzelf heeft gezegd: ‘Ik zal u geenszins begeven en u geenszins verlaten’. Zodat wij vrij­moedig mogen zeggen: De Heer is mij een Helper, ik zal niet vrezen wat zal een mens mij doen? Hebr. 13:5,6

We zouden kunnen denken dat wij 'helpers van God' kunnen zijn. Hij de Leider, en wij Zijn helpers. Maar de Heer zegt: Ik ben uw Helper. Hij is -met eerbied gezegd- tot onze dienst. In de Heer Jezus hebben we alles wat we in dit leven nodig hebben. Hij is alles, zowel voor de tijd als voor de eeuwigheid. JHWH Shamma, de Heer is aldaar. Met minder kunnen we niet toe en meer is niet nodig. Nu zien we Hem nog met ons geloofsoog. Maar straks zullen alle gelovigen Hem in werkelijkheid zien, zoals Hij is; dan zullen we Hem gelijk wezen. Alle grote zegenin­gen en alle uitreddingen van de Heer die we in ons leven mogen meemaken zijn eigenlijk niet meer dan een glimp van Zijn schoonheid en heerlijkheid. Straks zullen we Hem zien in alle glorie en heerlijkheid.

We kijken nu door een spiegel, wazig,  maar dan van aangezicht tot aangezicht, nu ken ik ten dele, maar dan zal ik kennen zoals ik ook gekend ben.  1 Kor. 13:12