hier is Tinus!

Zo lief had God de wereld dat Hij zijn Eniggeboren Zoon gegeven heeft  opdat ieder die in Hem gelooft niet verloren gaat maar eeuwig leven heeft.  Johannes 3:16

Bezoekers nu

Bezoekers totaal

zaten


Home Wie ben ik Onoverzichtelijke bocht Zijn Naam Cursief Eerste hulp Maarten In vogelvlucht Links Contact

X  JHWH ROï


De HERE is mijn herder, mij zal niets ontbreken... ,zo begint een van de bekendste Psalmen.

In deze Psalm bezingt Da­vid, de herder-koning, zijn eigen Herder, de HERE. De gedachte dat de HERE een Herder is, komen we in de Bijbel veelvuldig te­gen. En vooral de uitspraak van de Heer Jezus: 'Ik ben de Goede Herder' is heel bekend. De HERE (JAHWEH) beschrijft Zich Zelf als de Herder van Israël:

Want Hij is onze God, en wij zijn het volk dat Hij weidt, de schapen zijner hand. Psalm 95:7

Herder Israëls, neem ter ore... Psalm 80:2

Van koning David kunnen we lezen:

Uw knecht was gewoon voor zijn vader de schapen te hoeden. Kwam er een leeuw of een beer, die een schaap uit de kudde wegroofde, dan liep ik hem na, sloeg hem en redde het uit zijn muil. Als hij zich dan tegen mij keerde greep ik hem bij zijn baard en sloeg hem en sloeg hem dood. Zowel leeuw als beer heeft uw knecht verslagen. 1 Samuël 17:34-36

Hier zien we David als een prachtig beeld van de Heer Jezus, die Zijn schapen redde uit de muil van de leeuw, de satan. Het vak van schaapherder was in Israël geen kleinigheid! Amos geeft ons een idee van de gevaren die een herder moest trotseren om te bewijzen dat hij alles had gedaan om een geroofd dier te redden. Hij moest, om dat bewijs te leveren, zichzelf soms in doodsgevaar brengen.

Zo zegt de HERE: zoals een herder uit de muil van een leeuw twee schenkels redt of een lapje van een oor, zo zullen de Israëlieten gered worden. Amos 3:12

Als er één Naam is die in het bijzonder vervuld is door de Heer Jezus, dan is het deze Naam, JHWH ROï. Hij noemt zichzelf de Goede Herder, omdat Hij zijn leven inzet voor de schapen. Hij is de Grote Herder die voor de kudde zorgt en Hij is ook Overste herder, die onderherders aanstelt over de kudde en hen beloont.

De Heer Jezus spreekt ook over valse herders. Zij zijn dieven en staan lijnrecht tegenover Hem, Die de Goede Herder is. Het kenmerk van de valse herder is, dat hij als het ware de kudde uitzuigt. De valse herder heeft geen enkel oog voor de nood en de belangen van het schaap. De kudde wordt door de valse herder niet verzorgd. In plaats dat hij zich geheel geeft aan de kudde, om die te bescher­men, staat de herder in het middelpunt, en gaat het alleen om zijn eigen belang. Zulke herders verstrooien de kudde!

Past u op voor de valse profeten, die in tot u komen schapenvachten, maar van binnen zijn zij roofgierige wolven. Mattheüs 7:15

Valse herders en roofgierige wolven zijn de natuurlijke vijanden van elke schaapskudde. Alleen door dicht bij de Herder, de Heer Jezus, te blijven zullen we onaantastbaar zijn voor deze verslinders.

De Goede Herder

De Heer Jezus leefde Zijn hele leven op aarde in hechte gemeen­schap met de Vader. Op het kruis is die gemeenschap tussen Vader en Zoon er ook als Hij zegt:

Vader, vergeef het hun, want zij weten niet wat zij doen. Luk. 23:34

Maar daarna verandert de situatie. Dan wordt ons getoond dat de Heilige God geen gemeenschap kan hebben met iemand die met schuld is beladen. Deze Goede Herder wordt prachtig beschreven in de 22e Psalm. Daar beschrijft David Hem duizend jaar van tevoren als de Herder die wordt geslagen voor de schapen. David beschrijft hier al hoe de Heer Jezus het eeuwen later zal uitroepen:

Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten?' Psalm 22:1

Ik ben gekomen opdat zij leven hebben, en het overvloedig hebben. Joh. 10:10b

Hij kon dat 'leven' en die 'overvloed' niet zomaar schenken. Het kostte Hem alles. Het kostte Hem zijn eigen leven.

Ik ben de goede Herder, de goede herder legt zijn leven af voor de schapen. Joh. 10:11

Doordat Hij Zijn leven aflegde voor de schapen, heeft Hij de vijand van de schapen, de satan, voorgoed verslagen. Door Zijn leven af te leggen, maakte Hij de weg vrij tot het eeuwige leven, dat wil zeggen, tot een leven met 'eeuwigheids kwaliteit'. Dat is de betekenis van 'leven en overvloed'. Door Zijn dood en opstanding is er voor iedere gelovige een leven van blijdschap en vrede be­schik­baar.

Want Hij is onze vrede... Ef. 2:14

Hij is onze vrede geworden omdat het zwaard van Gods toorn over Hem is gegaan zoals de profeet Zacharia al voorspelde:

Zwaard waak op tegen mijn herder, tegen de man die mijn metgezel is, luidt het woord van de HERE der heerscharen, sla die herder zodat de schapen verstrooid worden; maar Ik zal Mijn hand tot de kleinen wenden. Zacharia 13:7

Wie was de Metgezel van de HERE? Niemand anders dan de gezegen­de Heiland der wereld, Zoon van God! Toen deze Herder werd geslagen, vluchtten de schapen weg, maar God wendde Zijn hand tot de kleinen. Sinds de Herder weer uit de doden is teruggekeerd, vinden de 'klei­nen', dat wil zeggen: de zwakken -alle mensen die zich van hun zonden bewust geworden zijn en die hun toevlucht bij de Heer zoeken- de hand van God die hen beschermt en bewaart. Door de dood te overwinnen legde de Heer Jezus het fundament van een leven van overvloed voor de Zijnen. Maar, om dat leven van overvloed ook werkelijk te ervaren, moet de Goede Herder óók erkend worden als de Grote Herder. Dat wil zeggen dat Hij de volledige heerschappij over ons leven mag uitoefenen. En in de mate waarin de gelovige zich onderwerpt aan Zijn leiding wordt het 'leven en de overvloed' inderdaad ervaren.

De Grote Herder

Psalm 23 toont ons de Heer Jezus als de Grote Herder.

De Heer is mijn Herder, mij zal niets ontbreken.

Hij doet mij nederliggen in grazige weiden; Hij voert mij zachtjes aan zeer stille wateren.

Hij verkwikt mijn ziel; Hij leidt mij in het spoor der gerechtigheid om Zijns Naams wil.

Al ging ik ook in een dal der schaduw des doods, ik zou geen kwaad vrezen, want Gij zijt met mij; Uw stok en Uw staf, die vertroosten mij.

Gij richt de tafel toe voor mijn aangezicht, tegenover mijn tegenpartijders; Gij maakt mijn hoofd vet met olie, mijn beker is overvloeiende.

Immers zullen mij het goede en de weldadigheid volgen al de dagen mijns levens; en ik zal in het huis des HEREN verblijven in lengte van dagen. Psalm 23:1-6

Een schaap heeft dagelijkse verzorging nodig. Geen huisdier verwildert zo snel als een schaap wanneer het aan het lot wordt overgelaten. Het heeft voortdurende verzorging nodig, en dit is dan meteen ook een prachtig beeld van een kind van God. Geen dag zonder de Herder! Een schaap heeft behoefte aan rust. Temidden van onrust en onvrede kan het niet grazen, drinken, of rusten. Een wild stromende beek is niet geschikt om een schaap uit te laten drinken. Vandaar dat de herder door middel van stenen een 'luwe' plaats maakte waar het schaap rustig kan drinken.

Een paard kan onderscheiden welke planten vergiftig zijn en welke niet. Een paard zal nooit van bijv. een rododendron eten. Maar een schaap kent dat onderscheid niet en zou zich dood eten. Daarom ziet de herder toe op de weide. Als er vergiftigde planten zijn, neemt hij die weg. Zien we hier de Heer Jezus hier bezig voor Zijn kudde? En zien we hier ook de machteloosheid en natuurlijke zwakheid van het schaap?

Het schaap moet dicht bij de Goede Herder te blijven. Alleen door dicht bij Hem te blijven laat de kudde van de Heer Jezus in deze wereld een ‘spoor van gerechtigheid’ achter zich. Dat is noodzakelijk, want het gaat om de eer van de Herder.

Zelfs in de diepste nood is er altijd de rust en de vrede, omdat de Herder ook in die nood aanwezig is en de zorg draagt voor het schaap.

De stok en de staf zijn attributen die, op het eerste gehoor, helemaal niet zo 'vertroostend' lijken. De stok was een soort (honkbal)knuppel, die de herder naar een weglopend schaap slin­gerde om het te waarschuwen. Met een doffe plof raakte deze knuppel het dier, het kon zelfs een poot van zo'n dier breken. Met de staf werden o.a. vechtende schapen uit elkaar gehaald. op het moment dat de 'klap valt' is er niet zoveel plezier aan, maar achteraf is het vertroostend om te bedenken dat de Heer al Zijn schapen in het oog houdt en zo over hen waakt!

Wanneer de gelovigen op zondag bij elkaar komen om bij brood en beker de dood van de Heer Jezus te verkondigen dan is dat een duidelijke vervulling van deze Psalm. In de natuur bedreigen de roofdieren altijd de kudde. De schapen grazen terwijl ze bespied worden door de wilde dieren. De tafel van de Heer wordt toebereid in een vijandige wereld. Temidden van die boze wereld is er een rustige plaats, met een toebereide dis. Daar is, ondanks het gevaar van buitenaf, de vredige rust rondom de Goede Herder.

Aan het einde van deze Psalm horen we het schaap dan als het ware zeggen: ‘Deze Herder wil ik nooit verlaten, ik wil altijd in zijn kudde blijven, ik wil voor eeuwig in zijn nabijheid leven.’

In de Heer Jezus is werkelijkheid geworden wat de profeet Jesaja heeft voorspeld:

Hij zal als een herder zijn kudde weiden, in zijn arm de lammeren vergaderen en ze in zijn schoot dragen, de zogenden zal Hij zachtkens leiden. Jes. 40:11

De Overste Herder

En wanneer de overste herder is verschenen, zult u de onverwelkelijke kroon der heerlijkheid ontvangen. 1 Petr. 5:4

Als de Goede Herder, legde Hij Zijn leven af voor de schapen. Als de Grote Herder wil Hij de Zijnen door dit leven leiden en hen leven en overvloed schenken. Als de Overste Herder stelt Hij on­derherders aan en als de Overste Herder komt Hij terug met het loon voor gedane werken; voor iedereen, en voor de onderherders in het bijzonder. Welk een verantwoordelijkheid rust er op de schouder van de onderherders! Zoals de Overste Herder is, zo dienen ook de onderherders te zijn. Ook zij mogen alleen het belang van de kudde op het oog hebben. De vereisten voor een onderherder kunnen we in drie woor­den samenvatten: bereidwilligheid tot dienen. Dat zal lang niet altijd worden begrepen door de kudde. Vaak zal er oppositie zijn. Vaak zal de onderherder verdriet hebben en strijd kennen. In de eerste plaats om de eigen zonden en tekortkomingen, maar ook vanwege de op­positie vanuit de kudde. Daarom wijst Petrus ook op de komst van de Overste Herder. Niet als een vooruitzicht naar de tijd dat 'alle ellende voorbij is'; maar als motivatie om door te blijven gaan in de dienst en ondanks alles toch vol te houden. Om de opdracht vast te blijven houden totdat uiteindelijk de goedkeurende blik van de Overste Herder op de getrouwe onderherder zal blijven rusten.

Om de Heer Jezus te behagen en Hem vreugde te verschaffen moeten de onderherders hun bediening, die zij van de Heer hebben ontvan­gen, ook vervullen.

De God nu van de vrede, die uit de doden heeft teruggebracht, de grote herder van de schapen, onze Heer Jezus door het bloed van het eeuwige verbond, moge u volmaken in al het goede tot het doen van zijn wil; terwijl Hij in ons doet  wat voor Hem welbehagelijk is door Jezus Christus; Hem zij de heerlijkheid tot in alle eeuwigheid. Amen. Hebr. 13:20-21

Twee kudden worden een.

De Heer Jezus is de ware herder. Hij is de vervulling van de Oudtestamentische profetieën met betrekking tot het herdersschap van de HERE, de Eeuwige van Israël. Maar het was niet de bedoeling dat dit herdersschap beperkt zou blijven tot het volk Israël

Jesaja schrijft meerder malen over de Knecht des HEREN. Het is zonder meer duidelijk dat hier gesproken wordt over de Messias, de Heer Jezus.

Ik, de HERE (…) heb u gesteld tot een verbond voor het volk, tot een licht der natiën. Jes. 42:6

Het is te gering, dat gij Mij tot een knecht zoudt zijn, om de stammen van Jakob weder op te richten, en de bewaarden van Israël terug te brengen; Ik stel u ook tot een Licht der volken opdat mijn heil reike tot het einde der aarde. Jes. 49:6

Israël en de volkeren worden tot één gemaakt. De wet van God, die heilig is en goed, maakte bij de berg Sinaï scheiding tussen het volk Israël en de heidenvolken. Deze scheiding is in de Heer Jezus weggedaan! De Wet zelf is niet afgeschaft, of terzijde gesteld. Maar de Wet is door de Heer Jezus vervuld, zodat voor hen, die door het geloof in Hem behouden werden, deze scheidsmuur niet meer bestaat. Door het ge­loof in de Heer Jezus is er een onbegrijpelijke eenheid ont­staan tussen allen die geloven. De gelovigen uit de Joden samen met de gelovigen uit de volken vormen een nieuw volk. Dat is de ecclesia, de vergadering van uitgeroepenen. Zij die zijn uitgeroepen uit deze boze wereld en vergaderd zijn rondom de Heer Jezus. Die verzameling van gelovigen wordt in de Bijbel 'de Gemeente' genoemd. Die een­heid werd, zoals we zagen, in het Oude Verbond al voorzien, en werd later door de Heer Jezus aangekondigd.

En Ik heb nog andere schapen, die niet van deze stal zijn; ook die moet Ik ook toebrengen; en zij zullen naar mijn stem horen,  en zullen één kudde en één herder worden. Joh. 10:16