hier is Tinus!

Zo lief had God de wereld dat Hij zijn Eniggeboren Zoon gegeven heeft  opdat ieder die in Hem gelooft niet verloren gaat maar eeuwig leven heeft.  Johannes 3:16

Bezoekers nu

Bezoekers totaal

zaten


Home Wie ben ik Onoverzichtelijke bocht Zijn Naam Cursief Eerste hulp Maarten In vogelvlucht Links Contact

25  Hoe reëel is de realiteit?



Deze vraag hebben we ons zo vaak gesteld. Wellicht niet hardop maar toch was die vraag steeds aanwezig. Ook nu nog, elke dag ben ik er verbaasd over dat de mens zo goed in staat is om zichzelf een rad voor ogen te draaien. Neem nu die pijnstillers waarvan Fija steeds hogere doseringen nodig had. Als het om een ander was gegaan dan zou mijn conclusie meteen geweest zijn dat de pijn toenam en het dus niet goed ging. Maar bij haar was ik blij wanneer ze minder pijn had en vond het een positief teken ....

Ik geloof achteraf dat dit één van die dingen was waardoor de Almachtige en liefhebbende Heer ons beschermde tegen de realiteit en zo behoedde voor al te grote onrust en zorgen. Die zorgen en onrust waren er wel bij tijd en wijle, maar de Heer hield het allemaal onder controle. Daarvoor maakte Hij het meest gebruik van Fija. Er zijn zoveel meer tegenstrijdigheden die je gaat ontdekken in een dergelijke periode van het leven als waar wij toen in verkeerden. De ’sterke' troost de 'zwakke’. Ja, maar wie is de sterke en wie is de zwakke? Fija was heel vaak de sterke die mij, de zwakke, op moest beuren. En dat was steeds vaker nodig naarmate haar lichamelijke situatie achteruit ging. Als ik angst had voor de toekomst, had zij woorden van vertrouwen. Als ik tranen had, toonde zij haar glimlach. Als ik zonder iets te zien voor me uit zat te staren in het niets, legde ze haar hand op mijn schouder en kuste ze me weer terug in de werkelijkheid. De werkelijkheid met haar. Zij bracht zo vaak hoop en troost terug wanneer ik dat allemaal had verloren. Ook hierin toonde de Heer dat het echt waar is: Hij werkt door het zwakke. Bij anderen in dezelfde situatie kan het best anders gaan. God pint Zichzelf niet vast op één werkwijze; bij ons was het vaak de zwakke die door God werd gebruikt om Zijn kracht te tonen. Het bijzondere was dat Fija zich hiervan helemaal niet bewust Was. Zij bemoedigde mij en gaf me nieuwe hoop en vertrouwen. En dan zei ze vaak tegen mij dat ik haar zo tot steun was ...., en dat ze niet wist hoe ze zonder mij dit allemaal aan zou kunnen. Wanneer twee mensen trouwen, maakt God hen tot een 'twee-eenheid'. Zij zullen tot één vlees zijn zegt Hij bij de schepping van de mens. Er ontstaat op dat moment een 'nieuw wezen’, het ’echt paar’, een hechte eenheid, In het begin is het soms wat aanmodderen omdat je elkaar moet leren kennen en je moet leren hoe je met elkaar om moet gaan. Maar als men bereid is zich in te zetten voor de ander, dan groeit die principiële eenheid uit naar een reële eenheid. Dat was in ons leven gebeurd en daarom had Fija een woord van troost voor mij en ik soms ook voor haar. Ik had soms woorden van bemoediging nodig en die gaf zij. Zij had mijn nabijheid nodig en die kon ik haar geven. Als ik er nu aan terugdenk dan kan ik in alle eerlijkheid zeggen dat we heel, heel gelukkig waren samen. Ook in die periode van ziekte. En dat kwam alleen door de genade van de Heer Jezus in ons leven. Alleen daardoor. Daardoor konden we samen ook naar het afscheid toegroeien. Daaraan terugdenkend komen de tranen vanzelf weer in mijn ogen. Hoe verder we op de weg waren, hoe openhartiger en vrijer we met elkaar over de onafwendbare catastrofe konden spreken: Ons uiteengaan. ’Catastrofe’ is eigenlijk maar half goed uitgedrukt. Voor degene die naar de Heer Jezus gaat is het verre van een catastrofe: heen te gaan en met Christus te zijn (...) is verreweg het beste. (Filippenzen 1:23) Maar voor de achterblijver is het alsof de wereld instort. Een keer in ons leven hebben Fija en ik een echte, hoewel lichte, aardbeving meegemaakt. We werden 's nachts wakker van een vaag gerommel in de verte dat steeds meer aanzwol. We dachten dat er een vliegtuig heel laagvliegend overkwam. Totdat de lamp begon te slingeren en we de vloer onder ons voelden bewegen. Nooit waren we zo snel buiten.

Toen bij het onderzoek in het ziekenhuis in Eindhoven bleek dat haar lever was aangetast, leek het alsof er een aardbeving aan kwam die ons hele leven zou veranderen. Maar deze aardbeving in ons leven was niet te ontlopen. Er was geen deur naar buiten. We zaten opgesloten in het vreselijke dat zou komen. Maar God was er! Dat maakte toch uiteindelijk alle verschil. Hij zou wel in staat zijn om het onmogelijke te doen en onze levens te 'ontkoppelen’. Natuurlijk zou het pijn doen, maar die pijn zou Hij ook verzachten zoals Hij dat alleen kan doen; daar waren we beiden van overtuigd. Hij zou deze weg, die we voor het eerst en meteen ook voor het laatst samen zouden betreden ook draaglijk maken, dat was ook zeker. Want God laat de Zijnen niet in de steek! Hij geeft altijd het beste. Daar ben ik nu, zo lange tijd later nog steeds van overtuigd. Natuurlijk zou ik haar het liefst weer bij me willen hebben, maar de wetenschap dat ze nu in de heerlijkheid is bij de Heer Jezus en dat zij daar op mij wacht geeft mij ook nu nog veel rust en vrede.