hier is Tinus!

Zo lief had God de wereld dat Hij zijn Eniggeboren Zoon gegeven heeft  opdat ieder die in Hem gelooft niet verloren gaat maar eeuwig leven heeft.  Johannes 3:16

Bezoekers nu

Bezoekers totaal

zaten


Home Wie ben ik Onoverzichtelijke bocht Zijn Naam Cursief Eerste hulp Maarten In vogelvlucht Links Contact

Van 16 februari 1963 tot 17 september 1967 was ik militair.

De laatste vijf maanden was ik gelegerd bij de Aan en Afvoertroepen (AAT)  in de Juliana van Stolbergkazerne in Amersfoort. In die tijd werkten er nogal wat burger-personeel in de werkplaatsen van de Landmacht. Een van die burger-monteurs die bij ons werkte was al wat ouder en werd door iedereen ‘Ome Kees’ genoemd.

Op een ochtend kwam hij niet op zijn werk en we dachten dat hij wel zou bellen omdat hij ziek was, maar we maakten ons geen zorgen alleen werd hij ‘afwezig’ gemeld.

Tijdens de koffiepauze kwam ome Kees plotseling binnenlopen in de kantine. Heel mooi in het pak met stropdas om en zo te zien was hij niet gekomen om te werken. Hij liep naar onze majoor en zei, zodat we het allemaal konden horen:

‘Ik kan mijn vrouw nergens vinden.’

Terwijl hij dit zei liepen de tranen over zijn wangen.

De majoor vroeg: ‘Kun je je vrouw niet vinden; hoe kan dat nou?’

‘Ze was vanmorgen zomaar weg, haar kant van het bed was helemaal koud, ze moet vannacht al zijn weggegaan; maar waarheen en waarom?

Nu begon hij luid te snikken. Het was duidelijk, Ome Kees was ten einde raad.

De majoor zei: Ik kan je niet helpen, ome Kees, maar ik ga de Marechaussee even bellen dan komt er een speurneus van die gasten en die helpen jou wel om je vrouw te vinden. Probeer je niet teveel zorgen te maken want al was ze naar de maan, die jongens vinden haar vast en zeker. De ‘Dubbele’, (zoals de Majoor ook wel wordt genoemd vanwege de rang-aanduiding op de mouw; een sergeant-majoor heeft twee sergeantstrepen onder elkaar ), liep naar zijn kantoortje en belde de Marechaussee. Even later kwam er een Wachtmeester binnenopen die meteen naar de Majoor ging. De twee stonden even in het kantoor te praten en daarna kwamen ze allebei naar de kantine waar ze met Ome Kees aan een tafeltje in de hoek gingen zitten praten. Het was voor ons die aan de andere kant van kantine zaten niet moeilijk om mee te luisteren  .

De Wachtmeester stelde aan Ome Kees een aantal vragen met betrekking tot het signalement van zijn vrouw. Waarop hij zo goed mogelijk probeerde te bedenken welke kleren zijn vrouw aanhad. Ook wat de kleur van haar ogen en haar haar en hoe lang zij ongeveer was. Op een gegeven ogenblik zei de Wachtmeester:

‘Over wat ik u nu ga vragen moet u heel goed nadenken want het is voor het onderzoek van groot belang dat we weten wanneer en waar u haar voor het laatst hebt gezien; denk er goed over na voor u antwoord geeft want het is van het grootste belang we dit goed weten. Begint u maar bij gisteren toen u thuis kwam van het werk.’

Ome Kees dacht heel diep na en vertelde toen dat hij de vorige dag van het werk was thuisgekomen en gezellig met zijn vrouw had gegeten en dat ze daarna nog even wat groenten uit de tuin hadden gehaald voor de volgende dag. Ze hadden ook samen nog een bakkie koffie gedronken en ……’

Toen hij zover was gekomen met zijn verhaal begonnen zijn ogen te stralen. Hij keek blij om zich heen en zei:

‘Oooooh! Ik was het helemaal vergeten! Ik heb haar gisterenavond in Amersfoort op de laatste bus gezet want ze ging een paar dagen naar haar moeder in Huizen.