hier is Tinus!

Zo lief had God de wereld dat Hij zijn Eniggeboren Zoon gegeven heeft  opdat ieder die in Hem gelooft niet verloren gaat maar eeuwig leven heeft.  Johannes 3:16

Bezoekers nu

Bezoekers totaal

zaten


Home Wie ben ik Onoverzichtelijke bocht Zijn Naam Cursief Eerste hulp Maarten In vogelvlucht Links Contact

IV  ‘ADONAI’


Eigenlijk is ‘Adonai’ het geen naam in de letterlijke betekenis van het woord, maar een titel; Adonai kunnen we vertalen met 'Mees­ter' en wordt in onze Bijbel geschreven als Here (Heere S.V.). (Niet te verwarren met: HERE (HEERE S.V.) met allemaal hoofdletters. Hiermee wordt de Naam JHWH aangeduid.) Die Naam willen we later bespreken.

Zoals we dat ook deden met de Namen met 'Elohim' willen we ook nu gaan zien waar de naam Adonai voor het eerst in de Bijbel voor­komt. Het is altijd belangrijk om te zien waar een woord of naam voor het eerst voorkomt omdat we op die plaatsen meestal de grondslag vinden van de betekenis van zo’n woord of naam. Ook deze naam werd voor het eerst aan Abraham bekendgemaakt.

Hierna kwam het woord des HEREN tot Abram in een gezicht ‘Vrees niet Abram! Ik ben uw schild en uw loon zal zeer groot zijn. En Abram zeide: Here (Adonai) HERE (JHWH) wat zult Gij mij geven... En hij zeide Hij tot hem: Ik ben de HERE, die u uit Ur der Chal­deeën heb uitgeleid, om u dit land in bezit te geven. En hij zeide Here HERE, waaraan zal ik weten, dat ik het bezitten zal? Gen. 15:1-2; 7-8

Wanneer God aan Abram vraagt om Hem volkomen te vertrouwen intro­duceert Abram een nieuwe titel voor zijn God: Adonai (= Meester). Abram, de grote herdersvorst, werd zelf onge­twijfeld door zijn vele slaven aangesproken als 'adoni'. Dat be­tekent letterlijk: mijn heer of mijn meester. Het was de titel waarmee een mindere een meerdere aansprak. De naam 'Adonai' is hetzelfde, maar deze wordt uitsluitend gebruikt om God mee aan te spreken. Doordat Abram God met deze titel aanspreekt toont hij ons zijn zielsgesteldheid. Hij ziet zichzelf hier als slaaf van zijn God en hij onderwerpt zich aan Hem.

Jahweh doet Abram hier een belofte en we zien drie elementen:

Vrees niet

Ik ben uw schild

Ik ben uw loon

Deze drie beloften van God omgeven Abram zijn verdere leven als een drievoudige Goddelijke bescherming.

Vrees niet!  

Iedereen die in aanraking komt met de Heilige God moet wel tot de conclusie komen dat deze God van een veel 'hogere orde' is dan de mens. In Zijn nabijheid ontdekt men de eigen on­waardigheid. Dat was de ervaring van Daniël, Jesaja, Jeremia, Petrus, Johannes op Patmos en vele, vele anderen. Men komt er dan ach­ter dat men, voor het aangezicht van deze Heilige God, in zichzelf geen enke­le bestaansgrond kan vinden. Maar... wanneer we zó, in de wetenschap dat we in onszelf niets hebben dat we God zouden kunnen aanbieden, tot Hem te gaan, juist dán horen we Hem zeggen: Vreest niet! In de Evan­geliën lezen we hoe God Zijn Zoon gaf om te sterven op het kruis van Golgotha, beladen met de straf van zondaars. Allen, die in geloof dat offer aanvaarden, zullen in de Bijbel die liefdevolle stem horen: 'Vreest niet!' Vrees en angst worden uitgebannen door het geloof in de Heer Jezus Christus en Zijn verzoenend ste­rven. Door Zijn dood en opstanding heeft Hij de oorzaak van angst en vrees weggenomen.

Daar nu de kinderen aan bloed en vlees deel hebben, heeft ook Hij op gelijke wijze daaraan deelgenomen, opdat Hij door de dood te niet zou doen, hem, die de macht over de dood had, dat is de duivel en allen zou verlossen, die uit vrees voor de dood hun hele leven door aan slavernij onderworpen waren.  Hebr. 2:14-15

De HERE was het Schild van Abram. Er was een volkomen beschutting en een volmaakte bescherming voor Abram. Hij hoefde ook niet zijn best te doen om bij de HERE iets te verdienen, want de HERE Zelf was zijn Loon. In het geloof mogen we dit ook op onszelf toepassen.

De Heer Jezus is onze bescherming tegen de toorn van God over de zonde. Hij is onze beschutting. Alles ligt besloten in het offer van de Heer Jezus. Dat is voldoende voor God!

Geloof.

De HERE was álles voor Abram. En dat was niet omdat hij iets zág, maar dat was op grond van het geloof.

En hij geloofde in de HERE; en Hij rekende het Hem tot gerechtigheid. Gen. 15:6

Het grootste dat iemand aan God kan tonen is geloof. Omdat Abram geloofde ontving hij een toegerekende gerechtigheid. Het beteken­de niet dat Abram zelf volmaakt was. Nee, op grond van zijn geloof re­kende God hem de gerechtigheid toe uit genade. Zó werd Abram de vader van alle gelovigen:

Aan Abraham is het geloof tot gerechtigheid gerekend. Opdat hij vader zou zijn van (…) hen die wandelen in de voetstappen van het geloof  dat onze vader Abraham (…) had. Rom. 4:9 en 11

Ondanks zijn zwakke momenten geloofde Abram dat de HERE zou doen wat Hij beloofde. Uit deze geschiedenis kunnen we leren dat wij volledige rust kunnen vinden als we maar vertrouwen op God.

Een vreemde opdracht

En Hij zeide tot hem: haal Mij een driejarige jong koe, een driejarige geit en een driejarige ram, en een tortelduif en een jonge duif. Hij haalde die alle voor Hem, deelde ze middendoor en legde de stukken tegenover elkander, maar het gevogelte deelde hij niet. Toen de roofvogels  op de dode dieren neerstreken joeg Abram ze weg. Gen. 15:9-11

Nadat Abram de dieren heeft geslacht en in tweeën heeft verdeeld legt hij de stukken tegenover elkaar. De koe, de geit en de ram zijn offerdieren en wijzen als zodanig heen naar de Heer Jezus als het Lam dat de zonden wegdroeg. Er werd gesproken van 'drie' jarig vee. Het getal 'drie' wijst altijd heen naar de dood van de Heer Jezus en Zijn opstanding. De duif is een heenwijzing naar de Heilige Geest en deze offerdieren werden niet gedeeld. Het was immers de Heer Jezus die stierf voor de zonden. De Heilige Geest kwam in de gedaante van een duif op de Heer Jezus nadat deze was gedoopt in de Jordaan.

Wanneer we Abram zo druk bezig zien met deze dieren is het niet moeilijk om in hem de slaaf te ontdekken die alles over heeft voor zijn Meester. Wanneer de roofvogels komen jaagt hij ze weg. Hij heeft alleen oog voor de belangen van zijn Meester, zijn Adonai.

Toen de zon was ondergegaan en er dikke duisternis was, zie: Een rokende oven en een vurige fakkel welke tussen die stukken doorging. Te dien dage sloot de HERE een verbond met Abram zeggende: Aan uw nageslacht zal Ik dit land geven. Gen. 15:17-18

In de Bijbel kent men verschillende manieren om een verbond te bekrach­tigen. Men kende het 'schoenverbond', het 'zoutverbond', het 'steenhoopve­rbond' en het 'verbond met de gedeelde dieren'.

Steenhoopverbond

Toen antwoordde Laban en zeide tot Jakob: ...welnu komaan, laten wij een verbond sluiten, ik en gij, opdat dit een getuigenis zij tussen u en mij. Daarop nam Jakob een steen en zette die overeind. Voorts zeide Jakob tot zijn verwanten: Brengt stenen bijeen! Toen verzamelden zij stenen en maakten een hoop, en hielden daar bij die hoop een maaltijd.. Laban zeide tot Jakob: ... deze steenhoop zij getuige, en de opgerichte steen zij getuige; voorzeker zal ik deze hoop en deze opgerichte steen niet voorbijtrekken naar u toe, en gij zult deze steenhoop en deze opgerichte steen niet voorbijtrekken naar mij toe met kwade bedoeling. Gen. 31:43,44,46,52

De bedoeling van dit verbond is duidelijk: de steenhoop is een afbakening tussen het territorium van Jakob en dat van Laban. Zij zullen elkaars grondgebied niet betreden om elkaar kwaad te doen.

Schoenenverbond

Een verbond tussen twee mensen werd vaak bekrachtigd door het ruilen van de sandalen, zodat men bij elke stap die men deed herinnerd werd aan het gesloten verbond. Het lopen op één passende en één te grote of te kleine schoen is niet bijzonder comfortabel. Bij iedere stap drong de herinnering aan de gemaakte afspraak zich op meer of minder pijnlijke of ongemakkelijke wijze op aan de drager van de schoen. Het was absoluut onmogelijk om het verbond te vergeten!

Nu was het vroeger in Israël een gewoonte (...) wilde men aan enige  zaak geldigheid verlenen, de een zijn schoen uittrok  en aan de ander gaf. Dit was in Israël tot een bekrachtiging.Ruth 4:7

Zoutverbond

Er wordt in de Bijbel ook een 'zoutverbond' genoemd. Zout is een bij­zonder noodzakelijk en kostbaar artikel in de warme landen. Bij een 'zoutverbond' werd de voorraad zout van de beide partijen met elkaar vermengd en daarna weer in evenredigheid verdeeld. Zout werd dagelijks gebruikt en op die manier werd men dagelijks herinnerd aan het gesloten verbond: 'Zo min het vermengde zout uit elkaar kan worden gehaald zo min kan deze overeenkomst worden ontbonden. (zie bijv. Numeri 18:19  en 2 Kronieken 13:5)

Het verbond met de gedeelde dieren

Tenslotte was er dan nog het verbond  met de in stukken gedeelde dieren. Dit vinden we ook in het boek Jeremia:

Ik zal de mannen die Mijn verbond hebben overtreden, die de bepalingen van de verbintenis welke zij voor Mijn aangezicht gesloten hadden, niet hebben gestand gedaan, maken als het kalf dat zij in tweeën deelden, en tussen welks stukken doorgingen. Jer. 34:18

Als zo'n verbond werd gesloten liepen de partijen die een over­eenkomst met elkaar wilden sluiten gezamenlijk tussen de geslachte en in tweeën gehakte dieren door. De betekenis is duidelijk: Doordat zij tussen de stukken doorliepen zeiden de beide partijen tegen elkaar: 'Als ik mijn deel van het verbond niet nakom, dan mag je mij, net zoals dit in dier, in tweeën hakken.'

In onze tijd wordt een verbond vaak heel gemakkelijk weer verbroken. We willen niet alle contracten die worden afgesloten in bijvoorbeeld de zaken- of de voetbalwereld gelijkstellen aan een van deze verbonden. Maar als gelovigen mogen we nooit lichtvaardig omgaan met contractbreuk. Een verbondssluiting ging toen, en ook nu, niet buiten God om. Het niet nakomen van het afgesprokene werd door de HERE zeer hoog opgenomen:

De vorsten van Juda en de vorsten van Jeruzalem, de hovelingen en de pries­ters, het gehele volk des lands, die tussen de stukken van het kalf zijn doorgegaan; Ik zal hen overleveren in de macht van hun vijanden en van hen die hen naar het leven staan zodat hun lijken tot voedsel zullen strekken voor het gevo­gelte des hemels en het gedierte des velds.Jer. 34:19-20

Nadat Abram de dieren had gekloofd en naast elkaar neergelegd, ging er een rokende oven en een vurige fakkel tussen de stukken door. Deze vurige oven en rokende fakkel zijn een symbool van de HERE. Over Abram had Hij een diepe slaap laten komen; hij mocht rusten terwijl de HERE 'het werk' deed. Door alleen tussen die stukken door te gaan zei de HERE: 'Ik alleen sta borg voor al mijn beloften.' Het is een éénzijdig verbond. Niet Abrams inspanningen, maar de trouw en de beloften van de Eeuwige zijn de vaste grond van de overeenkomst. Hierin kunnen we hét grote kenmerk zien van het geloofsleven. Dit grote kenmerk is: RUST! Welk een Meester om te dienen, welk een Adonai.

Hij kwam  in de  Heer Jezus Christus naar deze aarde en vervulde Gods beloften met betrekking tot de eeuwige verlossing. In Zijn offer vinden we de ware rust. Hij ging alleen de weg van het lijden. Hij bracht het nieuwe verbond dat in het Oude Testament werd beloofd.

Zie, de dagen komen, luidt het woord des HEREN, dat Ik met het huis van Israël en het huis van Juda een nieuw verbond sluiten zal. Niet zoals het verbond dat Ik met hun vaderen gesloten heb ten dage dat Ik hen bij de hand nam, om hen uit het land Egypte te leiden: Mijn verbond dat zij verbroken hebben, hoewel Ik heer over hen ben, luidt het woord des HEREN. Jer. 31:31-32

De Heer Jezus bracht dat nieuwe verbond. Ondanks de ongehoor­zaamheid van Israël hield Hij Zijn woord. Hij was alleen tussen de stukken doorgegaan en Hij zorgde ervoor dat er een oplossing kwam voor de overtredingen. Ook wij kunnen net als Abram, niets toevoe­gen, maar alleen de Heer danken en rusten in de volkomenheid van Zijn vol­brachte werk.

Wanneer we, zoals Abraham, de Heer dienen kunnen wij ervan ver­zekerd zijn dat Hij ons Zijn leiding in ons leven zal geven. We hebben Zijn belofte dat Hij onze zorgen zal dragen, en in onze noden zal voorzien. We kunnen vast op onze Adonai vertrouwen:

Daarom, weest niet bezorgd…  Mattheüs 6:31-33

In de brief aan de Filippenzen lezen we van de geweldige rijkdom die de Heer aanbiedt aan ieder die de Heer Jezus aanneemt als Verlosser en Heer:

Maar mijn God zal in al uw behoeften voorzien naar Zijn rijkdom in heerlijkheid in Christus Jezus.Fil. 4:19

Wanneer de apostel Paulus over deze dingen schrijft aan de gelovigen te Filippi, dan heeft hij eerst stilgestaan bij de verantwoordelijkheid van een kind van God. Die verantwoordelijk­heid is: Het leven, en alles wat daarbij behoort, over te geven aan de Heer Jezus. Door dat te doen wordt de grond­slag voor een gelukkig leven gelegd. Natuurlijk is dat een leerproces want het betekent niet dat alles altijd 'voor de wind' zal gaan. De apostel Paulus vertelt dat hij dat ook heeft moeten leren:

Want ik heb geleerd tevreden te zijn met de omstandigheden waarin ik ben. Ik weet vernederd te worden, ik weet ook overvloed te hebben; in elk opzicht en in alles ben ik ingewijd, zowel in verzadigd zijn als honger lijden, zowel in overvloed te hebben als in gebrek  lijden.

Fil. 4:11b-12


Hoe kon hij alle ontberingen verdragen? Het antwoord is een­voudig: Hij kende de Mens geworden Adonai, de Heer Jezus. Hij gaf zich aan Hem over en zette zich voor Hem in. Hierdoor verdwe­nen eigen belangen naar de ach­tergrond, waardoor hij kon zeggen:

Want te leven is voor mij Christus en te sterven is winst. Fil. 1:21

Het is goed om het ‘levensmotto’ van de apostel Paulus tot het onze te maken:

Maar ik tel mijn leven niet als kostbaar voor mijzelf, opdat ik mijn loop volbreng, en de bediening die ik van de Heer Jezus heb ontvangen, om het evangelie van de genade van God te betuigen.Hand. 20:24